Young & Holy | Het avontuur is begonnen!

YoungHoly - 0008 Een aantal weken geleden heb ik verteld dat ik bij YfC ging stoppen om als ZZP-er aan de slag te gaan. Inmiddels is het zover. De vleugels zijn uitgeslagen en de pelgrimage is begonnen!

Kijk rustig nog even rond op deze blog, maar surf vooral naar www.youngholy.nl waar je de website kunt zien van ons nieuwe bedrijf. Vanaf 1 januari 2015 werk ik samen met mede eigenaar Marian Timmermans voor Young & Holy.

Bezoek de website www.youngholy.nl en volg ons op Twitter en Facebook.

Advertenties

Tijd om mijn vleugels uit te slaan…

140911 YFC Reinier & Corjan--7

Wil je weten wat ik ben gaan doen? Surf dan naar mijn nieuw website www.youngholy.nl (het avontuur is vanaf januari 2015 namelijk al begonnen).

Na meer dan 10 jaar Youth for Christ is het tijd voor iets nieuws. Ik kwam de beweging binnen in 1999 als stagiair GPW, en raakte betrokken bij de jeugdkerk beweging van die tijd. In 2000 werd ik jongerenwerker voor de PKN in Zeist, ik kon me hier naar hartenlust uitleven in het pionieren en startte talloze jeugdwerkinitiatieven. In 2004 kwam ik weer onder de hoede van Youth for Christ. Ik vervulde er naast mijn werk als jongerenwerker diverse functies, waarbij ik in 2008 teamleider werd van de afdeling Kerk. Ik sprak voor duizenden jeugdleiders, ging voor in de slotviering van het Flevo Festival, schreef diverse boeken sprak op conferenties en festivals en was betrokken bij mooie initiatieven als het Labyrint, Rock Solid en het media project Denkstof. Ik kijk terug op een mooie tijd!

The flight of the Wild Goose

Maar nu is het tijd om opnieuw mijn vleugels uit te slaan. Ik wil weer op avontuur! De oude Kelten werden uitgedaagd als ze de wilde ganzen hoorden overvliegen op hun trektocht naar nieuwe gebieden. De wilde gans was voor hen een beeld van de Heilige Geest. De vogels maakte bij hen een verlangen wakker naar het avontuur. Vele monniken gingen dan ook op een Peregrinatio Pro Deo, een pelgrimsreis die hand in hand gaat met een verlangen naar missie.

Om een lang verhaal kort te maken; ik heb in de afgelopen maanden de ‘wilde ganzen’ zien overtrekken, en ik voelde tot in mijn botten dat het tijd was voor een nieuwe episode in mijn levensverhaal. ‘Ik ga de wilde ganzen achterna’. Vanaf 1 januari vlieg ik het nest van YfC uit om als ZZP-er actief te zijn in het jeugdwerk. Ik wil weer pionieren met jongeren zelf, nieuwe dingen ontdekken, tijd nemen voor research en de kerk dienen met inzichten en praktijken van jongerenwerk die op de rand, uitdagend en vernieuwend zijn!

Check regelmatig deze blog om op de hoogte te blijven van de stappen die ik zet. Je kunt me trouwens gewoon blijven boeken voor projecten, spreekbeurten, trainingen of een lezing, ik kom graag bij jullie langs. Email: corjan.matsinger@gmail.com

images goose

Paulus: The Voice of Athene?

De combinatie van een diepe beat, een hemelse gitaarsolo en een breekbare stem.

Diepteboring a.d.h.v. Handelingen 17: 16-34.

Paulus hangt wat rond in de stad Athene, hij wacht op zijn vrienden (dit moet jongerenwerkers bekend voorkomen). Hij slentert wat rond en kijkt naar de ontelbare beelden die de mensen hebben gemaakt om hun goden (idolen) te vereren. Paulus blijft op een gegeven moment staan en schudt zijn hoofd. “Wow, dit is echt ‘over the top, er staat hier zelfs een altaar dat gewijd is aan ‘de onbekende God’.” “Voor het geval we er eentje vergeten waren…” dan verschijnt er een glimlach op Paulus gezicht… want ja; er zijn al heel wat songfestivals gewonnen met liedjes die ‘over de top’ zijn toch?

 Een aantal dagen later wordt Paulus uitgenodigd om te speechen op de Areopagus. Paulus mag het podium op komen en zijn ding doen. Zal de jury de stoelen omdraaien voor zijn performance?

The-Voice-of-Holland

We kennen het verhaal uit Handelingen 17 wel een beetje denk ik. Voor mij als jongerenwerker biedt dit Bijbelgedeelte veel stof tot nadenken en inspiratie als ik probeer voor te stellen hoe de kruisbestuiving tussen (jongeren)cultuur en het evangelie er uit zou kunnen zien. Paulus gebruikt het altaar van de onbekende God om de mensen te vertellen over de oorsprong, de zin en het doel van het leven. Het altaar van de onbekende God wordt zijn springplank om de toehoorder te helpen de sprong te maken naar het geloof in God. Hij zoekt op een creatieve manier aansluiting bij zijn ‘publiek’.

En wij zijn hem daarin gevolgd. Vandaag de dag proberen jongerenwerkers bijvoorbeeld connecties te leggen met hun doelgroep via skateboards, hiphop muziek en zelfs een heuse Bijbel in de straattaal! De brug wordt geslagen via eigentijdse metaforen, hippe werkvormen en de woorden van deze tijd. Te gek, maar het is de vraag of de stoelen daarmee voor ons omdraaien…

God brengen of ontdekken?

Laat me uitleggen wat ik bedoel. Ik zie veel mensen die alles op alles zetten om God bij de mensen te brengen. We brainwaven, mindmappen en zoeken naar de juiste ‘toon’ van onze boodschap. Toch zijn we daarmee nog niet zoveel verder als de straatevangelist die zijn gitaar pakt of zijn megafoon. We zijn nog steeds bezig met het brengen van de blijde boodschap. Hoe vaak kijken jij en ik om ons heen om te ontdekken of het goede nieuws al gebeurd in de omgeving waar we zijn?

imagesUD36VJA8

Ik proef een diepere dimensie in dit verhaal. Paulus doet meer dan creatieve werkvormen inzetten. Hij focust niet alleen op de vormen waarin we het evangelie brengen. Hij neemt de tijd om te ontdekken waar God al is in Athene! Klaar voor een soort Discovery Channel documentaire?  Kijk, dat altaar voor de onbekende God dat is niet zomaar uit de lucht komen vallen.

Ik denk dat Paulus het verhaal erachter heeft gekend. In het kort: In de zesde eeuw voor Christus wordt de wereldstad Athene geteisterd door een plaag. De ziekte kost in korte tijd aan heel veel mensen het leven. Wanhopig worden alle goden aangeroepen. De rook van de offers stijgt naar boven maar de kreet om hulp lijkt de hemel niet te bereiken. Na een spoedberaad door de oudsten van de stad wordt besloten de hulp van Epimedes in te schakelen, een priester uit Kreta. Epimedes wijst de oudsten van de stad op het feit dat zij hulp nodig hebben van een andere god. Een God die uitstijgt boven het enorme spectrum aan goden dat in Athene aanwezig is. Epimedes geeft opdracht een grote groep schapen de weiden in te sturen en te laten grazen. De schapen die niet gaan eten maar gaan liggen op de grond moeten vervolgens worden geofferd aan God, de allerhoogste. Aldus gebeurt, en… de plaag stopt! De mensen van Athene besluiten op de plaatsen waar de schapen zijn gaan liggen altaren op te richten voor deze onbekende God die zo duidelijk heeft ingegrepen in hun situatie.

Paulus kende de verhalen van de profeet Epimenides (check bijv. Titus 1:12-13). Hij wist dat ‘zijn’ God al eeuwen zijn aanwezigheid had laten merken! Gods Geest waait waarheen hij wil. In de praktijk blijkt dat Gods Geest op meer plaatsen het stof doet opwaaien dan binnen de kerkmuren (Johannes 3:8). Laten we stoppen met het denken in wij-zij, zwart en wit. De Waarheid komt genuanceerder. Christen en niet-christen zijn beide mens, zoekend en tastend in hun (onbewuste) verlangen naar God. ‘Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij’ vertelt Paulus (vers 28). Paulus haalt hier trouwens zijn wijsheid ook weer van buiten de muren van de kerk. De heidense dichter Aratus die o.a. bekend stond om zijn bijzonder erotische gedichten lijkt de inspiratiebron voor Paulus.

Jongerenwerk is soms net een jamsessie waarbij spontaan een liedje ontstaat. Een goede rocksong is te herkennen aan een strakke beat en een pakkende gitaarrif. De beat van de levensvragen is duidelijk voelbaar in de jongerencultuur. We hebben de uitdaging om de gitaarrif van Gods waarheid te laten matchen met de hemelse beat en de baslijnen die al aanwezig zijn in de jongerencultuur.

images3NVH7T23

Deze blog is een bewerking van een hoofdstuk uit Corjan’s boek ‘Heilige grond’. Meer info:

  • Check Genesis 14: 18-20, Matteus 2:1-12 en 2 Kronieken 9:1-12. Op welke manier komen Abraham, Maria en Salomo er hier achter dat God present is in en door de mensen die op hun pad komen?
  • Wat voor implicaties heeft dit inzicht voor de manier waarop je (missionair) (jongeren)werk doet? 
  • Paulus heeft oog voor de verschillende aspecten die het delen van het evangelie met zich meebrengen. Zowel Gods presentie in de cultuur als de bijzondere boodschap van Jezus, het kruis en de opstanding zijn bij hem in het vizier. Waar liggen voor jou ontwikkelkansen? Ben jij vooral geneigd met je Bijbel te zwaaien of ben je het type wat in elke popsong een ‘gevoelige spirituele lading’ meent te ervaren?

Het verhaal uit Handelingen 17 staat niet op zichzelf. Bovenstaande kom je op meer plaatsen tegen in de Bijbel. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de ontmoeting van Abraham met Melchizedek (Genesis 14). Net buiten de muren van Salem ontmoet de aartsvader hier de priester van El-Elyon. Abraham erkent deze priester als een afgezant van de ware God en ontvangt de zegen door de handen van een priester uit het heidense Kanaän.

God is present in het leven en de cultuur van mensen die wij niet direct als ‘gelovigen’ zouden aanmerken. Het is de koningin van Scheba die Salomo wijst op zijn grote rijkdom en hem vervolgens fijntjes herinnert aan de grote verantwoordelijkheid die God hem hiermee geeft om recht en gerechtigheid te doen. De magiërs uit het Oosten zien Gods boodschap in de sterren en besluiten op weg te gaan naar Betlehem om te aanbidden (Matteüs 1).

Er is meer. Jongeren stimuleren tot een eigenzinnig geloof.

Jeugdleider tegen de ietwat afwezige Peter: “Wat denk jij ervan?” Peter (schrikt op) en reageert met een knipoog: “uh, ik weet niet. Maar het antwoord zal wel Jezus zijn?”

Francine: “Er zijn vragen waarop mijn jeugdleider niet 1-2-3 een antwoord heeft, tja da’s lastig. Maar weet je wat erg is? In onze kerk worden er antwoorden gegeven die je niet mag bevragen en dat is killing!”

 

image

Het woord discipelschap is populair in Nederland. We praten en discussiëren over de noodzaak van christelijke jongeren die Jezus ‘echt’ willen volgen, over radicaliteit en diepgang in het geloofsleven van onze tieners. Ik snap het verlangen achter deze uitspraken en ga best een eindje mee in deze ‘mindset’, maar het geeft me ook jeuk. Er bekruipt me soms een gevoel van een nieuw soort conservatisme. In een wereld die chaotisch en vol verwarring is ligt het gevaar op de loer om zwart-wit denken te stimuleren. We praten dan al snel in wij en zij, in voor of tegen.

Wat als het geloof wat we bij jongeren stimuleren niet zozeer te ‘oppervlakkig’ is maar vooral ‘smal’? Narrow-minded. In welke mate proberen we onze eigen theologie/ traditie niet te snel te dupliceren in een nieuwe generatie? Is er een verbreding van de geestelijke horizon noodzakelijk in de christelijke jongerencultuur van Nederland?

Hieronder vier concrete manieren om je jongeren dit nieuwe seizoen te stimuleren een eigenzinnig geloof te ontwikkelen.

Geen angst, ga moeilijke Bijbel gedeelten niet uit de weg.

Durf jongeren tegen moeilijke teksten uit de Bijbel te laten aanbotsen. Praat met elkaar over het poëtische gehalte van Genesis 1, lees Klaagliederen en zoek uit waarom Amos zo tekeer gaat tegen het establishment. Kan je exegetisch je gelijk halen vanuit een Bijbeltekst maar hermeneutisch de plank finaal misslaan als het bijvoorbeeld gaat over homoseksualiteit? Onderschat de capaciteit van jongeren niet om de discussie aan te gaan. Kauw je standaard antwoorden niet voor, maar stimuleer een intrinsieke motivatie om de moeilijke vragen niet uit de weg te gaan.

Geen simpele antwoorden, laat ruimte voor het mysterie.

Geloven is soms best complex. De Bijbel staat vol paradoxen, ogenschijnlijke tegenstellingen die onze hersenen laten kraken omdat we de dingen niet ‘rond’ krijgen. Kortom: God gaat ons voorstellingsvermogen uiteindelijk ver te boven. Stimuleer daarom een positief kritische houding, maar wel vanuit het besef dat het mysterie van het geloof ons denken ver overstijgt. Laat ruimte voor een open einde in de discussie. Het proces waar je met elkaar door heen gaat is belangrijker dan een kloppend eindproduct.

Geen feel-good geloof, laat jongeren worstelen met God.

We zijn geneigd in het jeugdwerk te focussen op de aanwezigheid van God. Maar geef ook ruimte aan de gevoelde afwezigheid van God. God is de aanwezige, maar dat voelt niet altijd zo. Presenteer het geloof niet als een feel-good trip. God geneest niet altijd, hij is geen knuffelbeer en zijn wegen zijn voor ons vaak onbegrijpelijk, vreemd of tegendraads. Geef jongeren de ruimte om boos te zijn op God, te worstelen met moeilijke Bijbel gedeelten.

Geen muren, durf te gluren bij de buren! 

Jouw geloofsbeleving is niet de norm. Durf over je eigen kerkmuren te kijken, ga eens op bezoek bij de moskee in je woonplaats of bezoek de genezingsdienst van de pinkstergemeente of juist de stilteviering van die ene ‘vage’ kerk uit je buurt. Participeer in een diaconaal project waarin de jongeren mensen ontmoeten die ze anders niet snel tegenkomen. Praat met de jongeren na over jullie minipelgrimage. Wat vonden ze aansprekend en welke dingen waren confronterend?  

Geen ‘klonen’, draag bij aan een eigenzinnige nieuwe generatie gelovigen.

Stimuleer jongeren om het geloof op hun eigen wijze vorm te geven. Zij mogen eigen accenten leggen in het eeuwenoude verhaal. Voor elke generatie ligt er de uitdaging om het geloof opnieuw te doordenken en handen en voeten te geven in de praktijk. Dit is een samenspel tussen traditie, (tijd)Geest, en context. Probeer jezelf niet te vermenigvuldigen of terug te zien in de jongeren met wie je optrekt. Geniet van hun eigenzinnigheid en applaudisseer in je hart als jongeren het oneens mét je durven te zijn. 

Reflectievragen:

  • Op welke manieren verruim jij het (geestelijke) blikveld van je jongeren?
  • Is jouw eigen geloof verrijkt door je ontmoetingen met jongeren? Waarin ben jij zelf breder of anders gaan denken over God dan de generatie voor jou?

Relationeel jongerenwerk: We beloven ‘relaties’, maar bieden meestal ‘connecties’…

In de opmaat naar een aantal studiedagen aan de PTHU een kritische blog over relationeel jongerenwerk. Lijkt me gaaf om het gesprek zowel in de collegezaal als online met elkaar aan te gaan.

Hoe relationeel is ons jeugdwerk eigenlijk in de praktijk? Ik bedoel maar, hoe absurd is de praktijk van een ‘kerkelijk seizoen’ in het licht van relationeel tienerwerk? Maar laat me nog even een tandje dieper gaan… Is het (theologisch) überhaupt wel verantwoord om relaties als een middel te gebruiken om de doelstellingen van je jeugdwerk te bereiken? Jeugdwerk professor Andrew Root bezoekt Nederland volgende week en hij houdt ons een kritische spiegel voor met zijn boek ‘Revisiting Relational Youth Ministry’. Relationeel tienerwerk is volgens hem te vaak iets wat we ‘doen’, in plaats van iets wat we ‘zijn’.

 

blue-is-the-warmest-colour-34662_6

Verschil tussen ‘connecties’ en ‘relaties’ in het jeugdwerk

We beloven in het jeugdwerk vaak meer dan we met onze goedbedoelde pogingen waarmaken. Laat me dit kort uitleggen: Root maakt in het jongerenwerk onderscheid tussen’ relaties’ en ‘connecties’. Hij stelt: ‘We beloven in ons jeugdwerk vaak ‘relaties’ maar we bieden niet meer dan connecties en dat leidt bij jongeren vaak nog al eens tot teleurstelling’. Een connectie is volgens Root gebaseerd op een gezamenlijke interesse. Op zich is er niets mis met connecties, het gevaar zit ‘m in de (onderbewuste) beloften die we in naam van relationeel jeugdwerk doen richting jongeren. We maken onze beloften namelijk maar heel beperkt waar. De relatie tussen een jeugdleider en tiener houdt meestal alleen stand als de jongere komt opdagen bij de activiteiten en meegroeit in het plan wat het jongerenwerk voor ogen heeft met de tieners. In hoeverre houdt de relatie stand als iemand niet meer meedoet met de gezamenlijke interesse zoals de jeugdclub of het geluidsteam?

Relationeel jeugdwerk daagt uit verder te gaan. Het draait om open armen die zeggen; ‘Laten we deze last samen dragen. Je bent niet alleen’. Maar ook dit blijkt moeilijk, de realiteit is vaak wanhopig anders. Root schopt tegen het zere been door te stellen: “Zijn onze goedbedoelde adviezen aan een tiener om het ‘gewoon over te geven aan God’- niet gewoon een manier om zelf buiten schot te blijven? Tegen een tiener zeggen dat hij moet ‘onthouden dat God van hem houdt’, is eigenlijk zeggen: ‘Sorry gast, je staat er toch alleen voor’.”

Andrew Root daagt uit om de relatie met de ander te zien als dé plaats waar Jezus tegenwoordig is. Hij gaat hierbij uit van de theologische inzichten van de beroemde Duitse theoloog Bonhoeffer. Relationeel jongerenwerk is niet zozeer een middel wat je inzet voor een extern doel. De relatie tussen jongere en jongerenwerker is namelijk de concrete locatie waar Jezus zichtbaar wordt en het is in die plaats van ontmoeting dat levens (wederzijds)veranderen.

Incarnatie, kruis en opstanding

Het draait in deze relatie niet alleen om Jezus als de God die mens werd (incarnatie) maar ook om zijn lijden en opstanding. Veel jeugdwerkers zien de incarnatie als een patroon voor jeugdwerk, wij stappen de wereld van de jongeren in om zo invloed te kunnen uitoefenen om ons doel te bereiken. Root verwijst hierbij naar organisaties in de USA als YFC en Young Life die deze manier van werken hebben gepromoot. Young Life had bijvoorbeeld de methode om contact te leggen met de meest coole jongeren uit een groep, omdat dan ‘de rest wel zou volgen…’

De incarnatie is niet zozeer te zien als een patroon of model en al helemaal niet los te zien van kruis en opstanding. Root: De uitdaging van de incarnatie betekent concreet dat we solidair zijn met jongeren en daadwerkelijk in de modder van het leven naast hen gaan staan en mede-lijden. Maar er is meer; in de relatie met de ander brengen we hoop, opstandingskracht en perspectief door grenzen te stellen en de confrontatie aan te gaan. We stellen de status-quo van de ander ter discussie omdat de ander meer is dan het samenspel van cultuur en persoonlijkheid. De transcendente aanwezigheid van Jezus geeft aan dat er ‘meer’ is dan dat wat voor ogen zichtbaar is of in de realiteit mogelijk lijkt.

Maar niet alleen de jongere zal veranderen in deze relatie, jijzelf zult transformeren en meer en meer de persoon worden zoals je bedoeld bent. Een goede relatie werkt 2 kanten op, in het optrekken met de jongere als een tegenover zullen wij onze gaven, tekortkomingen, lijden, vreugde en liefde ontdekken. Deze vorm van relationeel jeugdwerk typeert Root als ‘Place-Sharing’ en vraagt om de betrokkenheid van de hele gemeente. In de komende dagen zullen we de principes en praxis van ‘place-sharing’ onder de loep nemen, bevragen en uitwerken… wordt vervolgd…

N.a.v. Andrew Root. Revisiting Relational Youth Ministry. From a strategie of influence to a theology of incarnation. IVP books, Illinois, 2007.

Revisiting YM picture

Questions/ reflections

  • Stelling: relaties zijn niet overdraagbaar, connecties wel. Gedachtenexperiment – Welke gevolgen zou deze gedachtengang hebben voor de praxis van jullie relationele jeugdwerk?
  • Jeugdwerkgoeroe Doug Fields stelde ooit: ‘I don’t want to organize more activities, I want to impact more lives.’ Is deze slagzin nog houdbaar in het licht van Andrew Roots reflecties over relationeel jeugdwerk?

Paus Johannes Paulus II en Franciscus I dagen jongeren uit!

“I ask you, instead, to be revolutionaries, to swim against the tide; yes, I am asking you to rebel against this culture that sees everything as temporary and that ultimately believes that you are incapable of responsibility, that you are incapable of true love. Do not be afraid to go and to bring Christ into every area of life, to the fringes of society, even to those who seem farthest away, most indifferent. The Church needs you, your enthusiasm, your creativity and the joy that is so characteristic of you.”

Pope-Francis-World-Youth-Day Franciscus – Tijdens de Wereldjongerendagen 2013.

“De kerk, beste jongens en meisjes, zal altijd een jonge kerk moeten zijn. Zij moet zich van dag tot dag vernieuwen, zich voortdurend bekeren. Zij moet antwoord geven op de vragen van deze tijd. En daarom hebben jullie kritiek op de kerk. Ongezouten kritiek soms. Je zult kunnen begrijpen dat wij ouderen daar nogal eens moeite mee hebben. Soms doen jullie ons ook pijn. En toch zouden wij niet graag hebben dat je ermee ophoudt. Jullie moeten ons alles eerlijk blijven zeggen.” 110430American Ca.aurora_standalone.prod_affiliate.79

Paus Johannes Paulus II – Amersfoort 1987.

JONGERENWERK anno 2020

Missionair jongerenwerk, Gods Geest en de toekomst van de kerk

Twee hobbits kijken elkaar met verwondering aan. Frodo en Sam zitten op een heuvel in de mytische wereld van Midden-Aarde. Ze zijn een avontuur ingerold waarvan ze de reikwijdte nog niet beseffen. Sam staart voor zich uit en zegt: Ik vraag we af in welk verhaal wij zijn binnengevallen, meester Frodo.” Het is een vraag die we onszelf allemaal van tijd tot tijd stellen. Sam vraagt Frodo naar hun positie in het grote verhaal. Ik herken mij in Sam. Verwondert krab ik mij achter de oren, als ik nadenk over de grote toekomstvragen, die via de praxis van missionair jongerenwerk telkens weer op mijn bordje vallen.

Frodo

Een blik in de glazen bol van de toekomst werpen is risicovol. We zien door de mistslierten heen slechts flarden van wat gaat komen. Ik wil me in deze bijdrage beperken tot een paar dingen die opkomen vanuit de praxis van missionair jongerenwerk.  In zevenmijlslaarzen stuif ik door het komende decennium. Ik voorzie dan het volgende:

  1. Een verdere leegloop van de traditionele kerken (incl. evangelische bastions);
  2. Een verdere ontwikkeling naar een multireligieuze en multiculturele jongerencultuur, waarin christelijke jongeren een splintergroepering zullen vormen;
  3. De toename van missionaire (jongeren) activiteiten en nieuwe kerkplanten die bijdragen aan de zoektocht naar een kerk die relevant en passend is in de 21e eeuw.

Voor wat het jongerenwerk betreft: veel van de oude kant-en-klaar programma’s zullen de komende tien jaar niet meer functioneel blijken te zijn. De hoeveelheid tieners en jongeren wat kerkelijk betrokken is zal nog verder afnemen. Dit betekent dat bijna alle jongerenwerk in de toekomst missionair zal zijn. De scheiding tussen wie ‘binnen’ is en wie ‘buiten’ behoort in missionair jongerenwerk dan ook steeds meer tot een verouderd paradigma.

De volgende elementen zullen naar mijn inzien (steeds) belangrijker worden:

Missio Dei

Jongerenwerkers zullen meer en meer te raden moeten gaan bij de missiologie. Zendingsprincipes zoals we die bijvoorbeeld vinden bij de oude Keltische missionarissen worden steeds relevanter voor het hier en nu. In een postchristelijk land zullen de oude kerkelijke kaders steeds minder vanzelfsprekend blijken te zijn. Toch is God niet verdwenen uit ons land. Daarom hebben we open ogen nodig die zoeken naar ‘heilige grond’ in de cultuur en levens van jonge mensen die het denkkader van de kerk niet meer delen, maar als mens wel hun vragen en antwoorden hebben rondom spiritualiteit.

Daarnaast verwacht ik dat jongeren via de weg van de participatie het Koninkrijk zullen ‘binnenrollen’, niet het ‘horen over’, maar het ‘meedoen’ in de missio Dei zal een verlangen in jongeren wakker maken waardoor men openstaat voor een ontmoeting met de Schepper.

Inwijding in de geheimenissen

Jongeren zullen niet zozeer via lineaire leerprocessen of systematische uiteenzettingen betrokken raken bij het evangelie. De weg zal lopen via cyclische en associatieve processen. Hierin spelen narratieve theologie, eeuwenoude symbolen, eigentijdse verhalen en ‘gidsen’, een belangrijke rol. Onder ‘gidsen’ versta ik mensen die jongeren inleiden in de geheimenissen van het Koninkrijk. Dit kunnen zowel leeftijdsgenoten zijn als bejaarde mensen die hun levenswijsheden doorgeven aan een nieuwe generatie.

Godsbeelden

Jongerenwerk in een post-christelijk land zal verrassende effecten geven. Ik verwacht dat er in de uitvoering van missionair jongerenwerk nieuwe godsbeelden zullen opkomen. In de afgelopen jaren ben ik door de interactie met jongeren en de bijbehorende jongerencultuur God al tegengekomen als DJ, als ‘flow’ (gevoel wat skaters hebben als ze een zijn met nu board), en als ‘duisternis’(in de ontmoeting met gothic jongeren). Deze beelden hebben mijn blikveld verruimd en zijn stimulerend geweest voor mijn eigen geloofsleven.

Bevrijdingstheologie

De scheiding tussen rijk en arm zal groter worden. Jongerenwerkers in achterstandswijken doen er goed aan, in hun werk onder gemarginaliseerde groepen, zich te oriënteren in de bevrijdingstheologie. Vervolgens zullen zij manier van geloofsbeleving moeten gaan contextualiseren in de westerse samenleving van de 21e eeuw.

Intergenerationeel

Ik denk dat er naast de missionaire experimenten, de megakerken een andere vitale stroming zal ontstaan. Kleine geloofsgemeenschappen waarin jongeren een vitaal onderdeel vormen. Zoals de jonge hobbits en de oude Gandalf elkaar nodig hadden in de queeste van de ring, zo zullen jong en oud in de toekomst niet de luxe hebben om los van elkaar de toekomst in te trekken.

Underground

De kerk zal in de komende tien jaar zich kunnen specialiseren als ‘undergroud-movement’. Creativiteit ontstaat vaak in de marge, en vanuit de marge kan er een alternatieve lifestyle worden ontwikkeld. In de geschiedenis zijn het vaak de jongeren geweest die vanuit de ‘underdog’ positie verandering hebben bewerkstelligd. Het waren de kleine hobbits op wie Gandalf zijn kaarten had gezet. Zou het vandaag opnieuw kunnen gebeuren?

Deze tekst schreef ik in 2010 voor een boek van Otto de Bruijne – De Kerk is dood, leve de Koning! Ik ben benieuwd of ik toen al profetisch was… Waar denk jij dat het jeugdwerk zich de komende jaren heen gaat bewegen?

kerk is dood

 

 

The Passion | Heilige herrie in Groningen

Tienduizenden mensen zijn naar de stad gekomen, ze staan langs de kant van de weg en samengepakt in het centrum bij een groot podium. Een groot kruis wordt in een processie door de straten naar het grote plein gebracht. We zijn bij ‘The Passion’, een jaarlijks terugkerend evenement over de laatste 24 uur van Jezus leven. Bekende Nederlanderse artiesten vertolken de rol van Jezus, Pilatus of de discipelen. Maria zingt ingetogen maar intens ‘zeg me dat het niet waar is’, een klassieker van de Frank Boeijen groep. De Andre Hazes kraker ‘Geef mij nu je angst’ wordt gezongen door de opgestane Christus vanaf de kerktoren en Judas geeft de Borsato hit ‘Ik leef niet meer voor jou’, een nieuwe betekenis. Het is zomaar een greep uit de canon van de Nederlandse popmuziek die tijdens zo’n avond wordt aangeboord.

ANP-18394823.jpg.crop_displayDe makers van The Passion willen het verhaal van Pasen opnieuw vertellen aan de (jonge) mensen van ons land. Uit onderzoeken blijkt dat bijna 75% van de Nederlandse jongeren tussen de 12 en 28 jaar niet (meer) weet wat de betekenis van Pasen is. Dat het evenement een succes genoemd mag worden bleek al direct na de eerste editie, tienduizenden bezoekers bezochten het evenement ter plekke. Bij de editie in Den Haag keken er 2,3 miljoen mensen via de TV naar het megaspektakel.

Ik ben enthousiast over The Passion. Allereerst omdat deze uitvoering van het lijdensverhaal mij als gelovige een nieuwe dimensie aanreikt in het voor mij zo bekende verhaal. De teksten van de Nederlandstalige popmuziek krijgen door hun plek in het verhaal een nieuwe ‘lading’. De liedjes functioneren als eigentijdse vertellers van een eeuwenoud verhaal, waardoor het lijden en sterven van Christus mij opnieuw raken. Na het bekijken van het evenement borrelden de vragen als vanzelf op: welke ‘succesfactoren’ uit The Passion kan ik inzetten in de ontmoeting met jongeren? Op welke manieren kan ik popmuziek op een goede manier gebruiken om het geloofsgesprek met buitenkerkelijke jongeren aan te gaan?

In deze blog zal ik via het voorbeeld van The Passion een aantal kansen benoemen die behulpzaam zijn in het gesprek met jongeren:

  1. Het vertellen van het verhaal

“Ik heb samen met beide dochters van 14 en 17 ademloos zitten kijken. Over smaak valt te twisten, maar er werd erg goed geacteerd. Ook door Syb en Do en natuurlijk vooral door Frank. De liedjes waren heel slim gekozen en kregen een heel andere betekenis mee. Helaas bleek Wilbur niet te kunnen zingen, maar ik houd wel van een beetje durf. Ik ben absoluut niet gelovig, maar kreeg op deze manier toch het verhaal weer even mee. Dit is algemene kennis die we allemaal kunnen gebruiken. Komt er volgend jaar een joods of islamitisch verhaal op dezelfde leest geschoeid, dan zal ik zeker weer kijken. Het liefst met mijn beide dochters.(Editie Gouda)”

Ik denk dat The Passion ons aanmoedigt om de Bijbelverhalen weer te durven delen met rand- en buitenkerkelijke jongeren. Verschillende jongerenwerkers zijn met een aantal jongeren naar de uitvoering van The Passion gegaan. Anderen hebben op een groot scherm het verhaal met hun jongeren bekeken en nabesproken. Een redacteur brengt The Passion in verband met eerdere pogingen van de kerk om het evangelie bij het grote publiek bekend te maken: “Biblia Pauperum – de Bijbel der armen. Dat is niet negatief bedoeld. Eeuwenlang werden de Bijbelverhalen in beelden en gebrandschilderd glas in herinnering gebracht bij de ongeletterden. Waarom dan niet in de vorm van een event waarin het draait om beeld en beleving?”

  1. Verbondenheid

Ik vond het heel mooi. Ik ben niet christelijk, maar vond het toch interessant om naar te kijken. En ik had idd ook echt het gevoel dat Nederland echt nog een christelijk land is, dat geeft toch een soort van groepsgevoel. Vond het heel leuk om naar te kijken.”

Heel Nederland lijkt The Passion te hebben omarmt. In talkshows als ‘De wereld draait door’ wordt er lovend gesproken over het evenement. Door de inzet van niet-kerkelijke bekende Nederlanders en het gebruik van seculiere popsongs is het mogelijk gemaakt voor de niet-kerkelijke toeschouwer om zich een gelijkwaardig onderdeel van het geheel te voelen. Joden, christenen, moslims en agnosten mogen hun zegje doen voor de camera terwijl de processie met het kruis langstrekt op de achtergrond. Het evenement heeft op de avond een sterk samenbindend effect. Mensen voelen zich verbonden met de ‘roots’ van ons land als christelijke natie. Jezus wordt over de muren van kerk en religie heen in dit evenement een factor van verbinding en saamhorigheid.

Jezus blijkt voor veel mensen, ook van buiten de kerk een inspiratiebron en voorbeeldfiguur te zijn. De setlist zorgt daarnaast ook voor een samenbindende factor. Het zijn de klassiekers uit de nederpop, liedjes die veel (van oorsprong Nederlandse) mensen mee kunnen zingen. Veel bezoekers kennen de songs van de radio, van concerten of omdat we ze vroeger hebben mee geschreeuwd op onze slaapkamer of tijdens nachtelijke feestjes. De door veel christenen zo gewaardeerde scheidslijn tussen kerk en wereld vervaagt bij dit evenement. Iedereen kan op zijn of haar manier participeren in het evenement. De bezoeker kan zelf kiezen of hij de songs meezingt vanuit een innerlijke overtuiging of als aanbidding De ene bezoeker zal genieten van het groepsgevoel en de ander zal zich opstellen als een concertbezoeker. De mate van diepgang, participatie en betekenisgeving wordt bepaald door de ontvanger zelf. Het is een uitdaging om in het optrekken met rand en buitenkerkelijke jongeren te denken in samen en niet in wij en zij. 

  1. Nieuwe accenten in een oud verhaal

“Geef mij nu je angst, ik geef je er hoop voor terug. Geef mij nu de nacht, ik geef je de morgen terug.” (André Hazes / Jezus)

De teksten van de popsongs en het lijdensverhaal werken op elkaar in, en leiden bij de ontvanger tot een nieuwe betekenisgeving.Vanuit missionair oogpunt is dit een interessant gegeven. Ik bedoel hiermee het volgende: de bezoeker of kijker die The Passion meemaakt, krijgt een nieuw element in zijn geheugen wat geactiveerd zal worden bij het horen van de popsong op bijvoorbeeld de radio. Er bestaat een grote kans dat iemand terugdenkt aan de ervaringen of emoties die er waren tijdens het bijwonen of bekijken van The Passion. Maar het gaat nog wat verder:de wisselwerking tussen het verhaal en de liedjes werken door in de expliciete en impliciete boodschap die het evenement uitdraagt.

Jezus wordt hierin geschetst als de persoon die angst kan wegnemen. Daarvoor in de plaats ontvangt de mens; hoop, een nieuwe morgen. Door Jezus de woorden van Hazes te laten zingen ontstaan er nieuwe accenten in het eeuwenoude lijdensverhaal. “Geef mij nu je angst, ik geef je er hoop voor terug. Geef mij nu de nacht, ik geef je de morgen terug.” Voor een aantal christenen ging dit te ver. Van de klassieke drieslag: ‘zonde-verlossing-dankbaarheid’ gaan we naar het thema ‘angst versus hoop’. Deze verschuiving van ‘wat het heil is en hoe (jonge)mensen dit ervaren’ is ook breder in onze maatschappij waar te nemen. De pastorale noties in een song als die van Hazes kon voor veel buitenkerkelijke jongeren wel eens van grotere betekenis zijn en meer impact hebben dan schematische uiteenzettingen over de zondeval en het ‘nut’ van Jezus kruisdood.

  1. Popmuziek als uitnodiging tot gesprek

“Het nummer ‘Fix you’ van Coldplay was mijn reddingskoord toen ik het supermoeilijk had tijdens de scheiding van mijn ouders.” (Marcel)

In een gesprek kan de vraag naar iemands lievelingsmuziek je veel duidelijk maken. Het type muziek, de artiesten en de liedjes kunnen veel vertellen over de persoonlijkheid en interesses van je gesprekspartner. Bepaalde muziek kan resoneren met problemen waar deze persoon mee worstelt. Denk maar aan sommige hardrockers die hun agressie reguleren met heftige metalmuziek of de hangjongere die droomt van de rijkdom van zijn favoriete rapper. Popmuziek is een goudmijn waar je talloze waardevolle gespreksthema’s uit kunt opdiepen.

Ik ben zelf een tijdje terug met een dj naar een 16+-jeugdgroep geweest in een dorpscafé. Ik heb de jongeren kort het Bijbelverhaal verteld van de profeet Elisa die een muzikant laat komen om geïnspireerd te raken (2 Koningen 3:15). Daarna vertelde ik het verhaal van de depri koning Saul die David laat komen om muziek te maken zodat zijn humeur weer wat opknapt ( 1 Samuël 16: 14-23). Na het vertellen van deze verhalen mochten de jongeren in kleine groepjes een ‘top vijf’ maken van popsongs die zij als heilige herrie beleefden. De dj draaide intussen tijd gezellig alvast wat ‘heilige herrie’ en de jongeren gingen enthousiast aan het werk. Ik liet diverse jongeren hun lijstje voor de groep toelichten. Het waren stuk voor stuk kwetsbare en mooie verhalen die in alle eerlijkheid werden gedeeld.

Popmuziek is van ons allemaal. Neem de legendarische country zanger Johnny Cash, mijn vader en ik zijn beide groot fan. Oké, mijn vader en ik zijn natuurlijk al op leeftijd… maar Johnny Cash zit niet opgesloten in de leeftijdscategorie van dertig jaar en ouder, ik ontmoet veel jongeren die zijn muziek waarderen. Dit is grappig als je er wat langer over nadenkt, want vroeger was Rock & Roll iets wat ouders deed verzuchten en wat symbool stond voor de kloof tussen jong en oud. Maar het kan verkeren, popmuziek is nu in toenemende mate iets wat generaties verbindt. We kijken samen naar The voice of Holland en we spelen het Top2000 bordspel met veel genoegen. Popmuziek overbrugt in toenemende mate niet alleen de kloof tussen jong en oud, het geeft ook veel kansen om de vloer gelijk te maken met het denken in categorieën als wij en zij. Bij muziek draait het namelijk in grote mate om emotie. Christenen en niet-christenen ervaren van alles bij hun lievelingsmuziek. Grijp daarom de kansen om met jongeren (en ouderen) in gesprek te gaan over popmuziek, en zoek naar de achterliggende verhalen die mensen verbinden aan deze muziek. Het kon wel eens zijn dat je hierdoor de ‘gevoelige snaar’ weet te raken!

Onderstaande tekst is een fragment uit mijn boek Heilig Vuur, waar ik 9 centrale inzichten deel voor geloofsleren in een postchristelijke context. Check voor meer info: https://corjanmatsinger.wordpress.com/heilig-vuur/

 

TOP 25 |De Worstelpsalmen (deel 2).

De Worstel-Psalmen (2). De Bijgewerkte Top 25.

Een paar maanden geleden kwam de lijst online; De ‘Worstel-Psalmen’.  Een Top 25 van liederen met twijfels die ‘uitgeschreeuwd’ worden naar God. Songs die de worstelingen die je in het geloof kunt hebben vertolken in taal, klankkleur of arrangement.

Aanleiding was een simpele vraag van mij op Facebook om input voor twijfelliederen voor een tienerprogramma over ‘twijfel & geloven’. De vraag bleek breed te resoneren. Mijn timeline stroomde vol met bijdragen en het bericht over de Worstel-
Psalmen is een van de meest bekeken topics op deze website.

download (3)

angel2 lamentationDe Worstel-Psalmen’ (The ultimate collection) werd een bonte collectie van bijna-knuffelrockachtige nummers tot duistere psalmen waarin het lijkt alsof wolven naar de hemel huilen. Boeiend om te zien welke emotionele plaats deze nummers innemen in de vertolking van de pijn of twijfel die mensen ervaren. Na het plaatsen van de lijst kwamen er nog talloze andere suggesties en inzendingen binnen die ik in deze lijst heb verwerkt. Check de songs, wie weet dat er nummers bij zitten die de juiste snaar weten te raken omdat ze je eigen twijfels of gevoelens treffend onder woorden brengen of muzikaal vertolken.

 

 

Luister de songs van De Worstel-Psalmen Top 25 op Spotify via: Spotify Worstelpsalmen

  1. Psalmen voor nu (o.a. PS. 42, 88, 130)
  2. Psalm 88 – No Buts
  3. Schreeuwen naar de hemel – Matthijn Buwalda
  4. Blessings – Laura Story
  5. Chaos – Roald Schaap
  6. God’s gonna cut you down – Johnny Cash
  7. Colder than the sun – Neal Morse
  8. Mumford & Sons – Holland Road
  9. De twijfelliederen (twijfelliederen.nl)
  10. Wake up dead man – U2
  11. Did you mean it to be a fight – This beautifull mess
  12. Als het leven soms pijn doet – Reni & Elisa
  13. When all around is fading– Tim Hughes
  14. The desertsong – Hillsong
  15. Nulpunt (Job) – Stef Bos
  16. Psalm 13- Brian Doerksen
  17. Opwekkingsliederen (o.a. Opw.  677, 382, 716)
  18. Smokescrees (album) – Little things that kill (Antonie Fountain)
  19. I am God – Kirk Franklin
  20. Losing my religion – R.E.M.
  21. Hard to get – Rich Mullins
  22. Nu lig ik wakker in de nacht – Elisa Mannah (nieuwe liedboek 88a)
  23. Sterven in de grond – Jedi Noordegraaf
  24. Hurt – Johnny Cash
  25. Job – Cindy Morgan.